spinnen vliegen zonder vleugels
door Jeannette Gerritsen
Als de jonge spinnen in de herfst volwassen worden, gebruiken ze de spindraden als een soort zweefvliegtuig. Ze maken een lange draad die door de lucht zweeft. Krijgt de wind er vat op dan worden de spinnetjes meegevoerd.
Hun draden plakken dan wel eens in je gezicht. Daarom denken we altijd dat spinnen alleen in de herfst voorkomen, maar ook zijn de webben dan meer zichtbaar (door de ochtendmist). Veel spinnen maken tijdens het lopen altijd een veiligheidsdraad. Vallen ze, springen ze mis, of moeten ze zich snel verplaatsen, dan kunnen ze deze draad gebruiken om snel naar boven te klimmen of om zich naar beneden te laten glijden.
het uiterlijk van de spin
Spinnen lijken op insecten, maar het spinnenlichaam bestaat uit twee delen: een kopborststuk en een achterlijf. Spinnen hebben geen vleugels en ook geen voelsprieten zoals insecten. Wel hebben ze palpen. Dat zijn twee kleine steeltjes aan allebei de kanten van hun mond om mee te voelen. Ook kunnen ze ruiken en voelen met de haren en stekels op hun acht poten. Spinnen krijgen hun stevigheid niet uit een geraamte, maar hun huid is hard als onze haren en nagels. Omdat die huid niet meegroeit moet een spin af en toe vervellen. Die oude velletjes kun je vaak tussen het gras en op vensterbanken zien liggen.
het web
Niet alle spinnen maken een web om hun prooi te vangen, maar ze hebben wel allemaal spintepels aan de onder- en achterkant van hun buik. Hier komt de vloeibare spinvloeistof naar buiten. De spin kan er dan met haar achterpoten draden van trekken die in de lucht al snel hard worden. Hiermee kan de spin een vangweb weven, maar ze kan de draden ook gebruiken om er haar eitjes mee te spinnen, een schuilplaats te bouwen of om hun prooi vlug in te pakken. De spin blijft zelf niet in haar eigen web kleven, omdat op de webdraden die de spin gebruikt geen kleefstof zit.
de prooi
Alle spinnen zijn rovers, ze voeden zich met diertjes zoals insecten of andere spinnen. De meeste spinnen hebben acht ogen, sommige hebben er zes, vier of twee en spinnen die in grotten of holen leven hebben helemaal geen ogen. Spinnen die in een web leven, kunnen niet goed zien. Maar dat hebben ze ook niet nodig. Als een insect tegen het web vliegt, raakt ze erin verstrikt, het web gaat dan trillen. Zo weet de spin dat ze iets gevangen heeft. Ze spint het slachtoffer in en verlamt het met gif uit haar gifklauwen. Omdat de spin niet kan kauwen spuit ze daarna spijsverteringssappen in de prooi en zuigt die daarna leeg. Alles wat niet oplost, zoals de vleugels van een vlieg, blijft in het web hangen. De spinnen die over de grond rennen op jacht naar insecten kunnen wel goed zien, anders zouden ze nooit een prooi te pakken kunnen krijgen.